De
derde dag hebben we een auto gehuurd en zijn het eiland maar eens gaan
verkennen. Bij aankomst op het vliegveld en de rit met de bus naar het
hotel zag er erg dor uit. En ik had gehoord dat Gran Canaria zo mooi is.
Dat moesten we vandaag dan maar eens gaan ontdekken.
Eerst zijn we naar een top gereden: Pico de Bandama. Dit is een hoge vulkaankegel
op op 569 meter. Boven heb je uitzicht op de vulkaanhelling rondom, op
witte huizenzee en de Isleta van Las Palmas in het noorden. Vlak naast
de berg ligt een krater van 1 km doorsnee.
Na het genieten van dit mooie uitzicht hebben we de botanische tuinen
van Gran Canaria bezocht. Deze tuin is in 1952 gecreëerd door de
Zweed Erich Sventenius. Elke tuin is weer anders en ik raak er niet uitgekeken.
Kleine vijvers worden afgewisseld met naaldbomen, vele soorten cactussen
en andree inlandse planten zijn te bewonderen. Alleen hier zou ik me al
een dag kunnen vermaken, maar er is nog meer te zien.
Vanaf de tuin rijden we naar de Roque Nublo, een 1803 meter hoge 'wolkenrots'.
Hij heeft zijn naam te danken aan het feit dat hij niet zelden met nevel
is bedekt. De avond begint inmiddels een beetje te vallen en we rijden
verder richting het noorden waar we al slingerend onder andere door Tejeda
komen. We besluiten langs de westkust van Gran Canaria terug te rijden,
wat achteraf niet zo'n goede keuze was. De weg van Agaete naar Aldea de
San Nicolas verder richting het zuiden naar Mogan en Maspalomas was een
en ander kronkelen en op en neer waar je draaierig van zou worden. Uiteindelijk
waren we na een paar uur rond 22.00 uur terug in het hotel.
|